Ziektes die van dier op mens overgaan en goede hygiëne
Een zoönose is een ziekte die van dier op mens kan overgaan. De meeste eigenaren worden nooit ziek van hun dier, en met een paar gewoontes houd je het risico klein.
Kennisbank · Konijn · Preventie en entingen
Bij konijnen gaat castratie en sterilisatie om meer dan het voorkomen van nestjes. Vooral bij vrouwtjes verkleint een ingreep de kans op baarmoederkanker, en het maakt samenleven met een maatje veel makkelijker.
Castratie en sterilisatie komen bij konijnen vaker ter sprake dan veel mensen verwachten. Het gaat namelijk om meer dan alleen voorkomen dat er nestjes komen. Bij konijnen is het ook een maatregel voor de gezondheid en voor het samenleven met een soortgenoot.
Waarom bij vrouwtjes
Bij voedsters die niet gesteriliseerd zijn komt baarmoederkanker veel voor. Naarmate het konijn ouder wordt, neemt die kans flink toe; het is een van de meest voorkomende ernstige aandoeningen bij oudere vrouwtjeskonijnen. In het begin merk je er weinig van. Later kun je bloed bij de plas zien, een dikkere buik, minder eetlust of een konijn dat sloom wordt. Op dat moment is de ziekte vaak al gevorderd. Door de baarmoeder en eierstokken op jonge leeftijd weg te laten nemen, haal je dit risico weg. Daarnaast verdwijnen schijnzwangerschappen, het bouwen van nesten met uitgetrokken vachthaar en het territoriale gedrag dat daarbij hoort.
Waarom bij mannetjes
Een gecastreerde rammelaar sproeit meestal minder of geen urine meer, is rustiger tegenover andere konijnen en is makkelijker zindelijk te houden. Goed om te weten: een rammelaar kan na de castratie nog enkele weken vruchtbaar blijven. Houd hem in die periode dus gescheiden van een niet-gesteriliseerde voedster.
Samen wonen
Konijnen zijn groepsdieren en voelen zich het prettigst met een maatje. Een koppel van een gecastreerde rammelaar en een gesteriliseerde voedster gaat meestal het beste samen. Zonder ingreep loop je aan tegen ongewenste nestjes of tegen stevige ruzies die echte wonden kunnen geven.
Wanneer
De leeftijd waarop een ingreep verstandig is, verschilt per konijn en hangt af van ras, groei en gezondheid. De dierenarts beoordeelt dat tijdens een gezondheidscontrole en bespreekt met je wat voor jouw konijn een goed moment is.
Rond de operatie
Een konijn mag voor een operatie niet nuchter gehouden worden. Konijnen kunnen niet braken, en hun darmen moeten juist blijven doorwerken. Laat eten en water dus gewoon staan, tenzij je uitdrukkelijk iets anders te horen krijgt. Neem vertrouwd hooi en groenvoer van thuis mee, zodat je konijn na de narcose iets aangeboden krijgt dat het kent. Pijnstilling hoort erbij: een konijn met pijn stopt met eten, en dat is op zichzelf gevaarlijk.
Na thuiskomst
Zet je konijn op een schone, rustige plek met weinig stof, bijvoorbeeld op een handdoek of keukenpapier in plaats van fijn zaagsel. Bied vers hooi, water en het gewone voer aan en kijk of je konijn binnen een paar uur weer begint te eten en te poepen. Laat het maatje er het liefst bij, desnoods achter een raster, zodat het koppel niet opnieuw aan elkaar hoeft te wennen. Controleer twee keer per dag het wondje: dat hoort droog en dicht te zijn.
Bel meteen als je konijn na de operatie langer dan een halve dag niet eet of geen keutels meer maakt, of als de wond openstaat, nat, rood of gezwollen is.
Bel 0653175419Dit is voorlichting van Dierenkliniek Zorg, geen diagnose. Twijfel je over je dier? Bel 0203693101 of maak een afspraak.
Een zoönose is een ziekte die van dier op mens kan overgaan. De meeste eigenaren worden nooit ziek van hun dier, en met een paar gewoontes houd je het risico klein.
Konijnen worden ouder dan veel mensen denken. Vanaf een jaar of vijf verandert er van alles, van stijve gewrichten tot een vieze achterhand, en vraagt je konijn andere zorg.
Een konijn dat niest, een natte neus heeft of benauwd ademt, heeft vaak een luchtwegprobleem. De bacterie Pasteurella speelt daarbij vaak een rol, maar zelden alleen.