Naar de inhoud
Dierenkliniek Zorg

Kennisbank · Kat · Voeding en gewicht

Drinken en voeding: de nieren van je kat sparen

Katten drinken van nature weinig. Met natvoer, meerdere drinkplekken en jaarlijkse controle houd je de nieren en de blaas van je kat langer gezond.

Een woestijndier in de woonkamer

De voorouders van onze kat kwamen uit een droog gebied en haalden bijna al hun vocht uit hun prooi. Een muis bestaat voor een groot deel uit water. Onze katten hebben die drinkbehoefte nog steeds niet: ze voelen dorst laat en drinken uit zichzelf vaak te weinig. Krijgt je kat vooral droge brokken, dan maakt hij geconcentreerde urine. Dat verhoogt de kans op blaasgruis, blaasstenen en blaasontsteking, en het is ook voor de nieren zwaarder werk.

Meer vocht binnenkrijgen

De eenvoudigste manier is natvoer. Blikvoer of maaltijdzakjes bestaan grotendeels uit water, en een kat die natvoer krijgt neemt in totaal veel meer vocht op dan een kat op alleen brokken. Je kunt ook combineren: een deel nat en een deel droog. Wil je overstappen, doe dat dan geleidelijk over een week of twee, want katten zijn gewoontedieren.

Daarnaast helpt het om drinken aantrekkelijk te maken. Zet meerdere waterbakken door het huis, ook op plekken waar je kat toch al komt, en niet direct naast de voerbak of de kattenbak. Veel katten vinden een brede, ondiepe bak prettiger, omdat hun snorharen dan de rand niet raken. Ververs het water elke dag. Sommige katten drinken duidelijk meer uit een drinkfontein, omdat stromend water hen aantrekt. Melk hoort er niet bij: veel volwassen katten verdragen melksuiker slecht en krijgen er diarree van.

Waarom nierproblemen zo vaak voorkomen

Chronische nierschade is een van de meest voorkomende aandoeningen bij oudere katten. De nieren verliezen langzaam werkend weefsel en dat groeit niet terug. Het bijzondere is dat een kat lange tijd niets laat merken, omdat de nieren met het deel dat nog werkt het gemis opvangen. Pas als er veel verloren is gegaan, merk je meer drinken, meer plassen, minder eetlust en gewichtsverlies. Voorkomen in de strikte zin kan niet, maar de belasting laag houden en er vroeg bij zijn scheelt veel.

Wat je kunt doen

Zorg voor voldoende vochtopname, houd je kat op een gezond gewicht en let op het gebit, want een pijnlijke mond geeft minder eetlust en chronische ontsteking. Laat je kat jaarlijks nakijken en vanaf een jaar of zeven wat vaker. Met bloed- en urineonderzoek kunnen we vroege veranderingen zien lang voordat jij iets merkt. Hoe eerder dat in beeld is, hoe meer er nog te sturen valt met aangepaste voeding en begeleiding.

Bijhouden thuis

Het helpt enorm als je weet wat normaal is voor jouw kat. Let op hoe vol de kattenbak wordt, hoeveel water er uit de bak verdwijnt en hoe je kat aanvoelt als je hem oppakt. Verandert dat, maak dan een afspraak. Kies geen speciale nier- of blaasvoeding op eigen houtje; dat is alleen zinvol als we weten wat er aan de hand is.

Bel ons als je dit ziet

Bel meteen als je kat ineens veel meer drinkt en plast, snel vermagert, blijft braken, niet meer eet, of juist helemaal geen urine meer produceert.

Bel 0653175419

Dit is voorlichting van Dierenkliniek Zorg, geen diagnose. Twijfel je over je dier? Bel 0203693101 of maak een afspraak.

Lees ook

© 2026 Dierenkliniek ZorgPrivacy · Voorwaarden · VeiligheidGegevens in de EU · Betalen via Stripe · Geen volgcookiesVoorbeeldsite — de gegevens op deze site zijn fictief.Website door OpenCloudApps