Ziektes die van dier op mens overgaan en goede hygiëne
Een zoönose is een ziekte die van dier op mens kan overgaan. De meeste eigenaren worden nooit ziek van hun dier, en met een paar gewoontes houd je het risico klein.
Kennisbank · Hond · Preventie en entingen
Helpen of juist niet, en zo ja wanneer? Deze keuze is bij honden echt maatwerk. Hier lees je wat de ingreep inhoudt en welke afwegingen meespelen.
Veel eigenaren krijgen vroeg of laat de vraag of hun hond geholpen moet worden. Bij honden is daar geen standaardantwoord op. Anders dan bij katten is het bij honden echt een afweging per dier, waarbij ras, formaat, leeftijd, karakter en jouw situatie allemaal meewegen.
Wat houdt het in
Bij een reu worden meestal de zaadballen weggenomen. Bij een teef worden de eierstokken weggenomen, soms samen met de baarmoeder. Beide ingrepen gebeuren onder volledige narcose. Je hond blijft een deel van de dag bij ons en gaat daarna met een hersteljasje of kraag naar huis. De eerste week of twee mag je hond niet stoeien, springen of los rennen, en moet de wond droog en schoon blijven.
Wat het kan opleveren
Bij teven verdwijnt de loopsheid, en daarmee het bloedverlies en de aandacht van reuen. Het risico op een baarmoederontsteking, die op oudere leeftijd levensbedreigend kan zijn, verdwijnt vrijwel helemaal. Ook schijnzwangerschap komt niet meer voor. Wordt een teef vroeg in haar leven geholpen, dan is de kans op melkkliertumoren later duidelijk kleiner. Bij reuen voorkomt de ingreep prostaatvergroting en bepaalde tumoren, en ongewenste nestjes zijn uiteraard uitgesloten.
Wat de nadelen kunnen zijn
Een deel van de geholpen honden krijgt een tragere stofwisseling en komt makkelijker aan, zeker als het voer hetzelfde blijft. Bij sommige teven ontstaat later urineverlies tijdens het slapen; dat is meestal goed te behandelen. Bij grote rassen die heel jong geholpen worden, kunnen de groeischijven langer openblijven, wat mogelijk meespeelt bij gewrichtsproblemen later. Verder blijft het een operatie onder narcose, met de risico's die daarbij horen.
En het gedrag
Hier bestaan de meeste misverstanden over. Castratie haalt de hormonale drijfveren weg, dus gedrag dat echt door testosteron wordt gestuurd, zoals wegloopgedrag naar loopse teven of markeren, kan minder worden. Maar onzekerheid, angst en angstgestuurde agressie worden er niet beter van en soms zelfs iets sterker. Voor gedragsproblemen is castratie dus zelden de oplossing; daarvoor is begeleiding nodig. Twijfel je, dan kan bij reuen soms eerst tijdelijk met een hormoonchip worden gekeken hoe je hond reageert.
Het moment
Bij kleine rassen mag het over het algemeen eerder dan bij grote rassen, omdat die laatste langer doorgroeien. Bij teven speelt ook mee of je voor of na de eerste loopsheid kiest. Wij bespreken graag met je wat voor jouw hond het meest logisch is, en laten ook de optie open om niets te doen als daar goede redenen voor zijn. Maak die afweging rustig en op basis van jouw hond, niet op basis van wat gebruikelijk is in het park.
Bel na de operatie meteen bij een open, bloedende of sterk gezwollen wond, aanhoudend braken, sufheid, hevige pijn, koorts of als je hond na een dag nog niet wil eten of drinken.
Bel 0653175419Dit is voorlichting van Dierenkliniek Zorg, geen diagnose. Twijfel je over je dier? Bel 0203693101 of maak een afspraak.
Een zoönose is een ziekte die van dier op mens kan overgaan. De meeste eigenaren worden nooit ziek van hun dier, en met een paar gewoontes houd je het risico klein.
Bij konijnen gaat castratie en sterilisatie om meer dan het voorkomen van nestjes. Vooral bij vrouwtjes verkleint een ingreep de kans op baarmoederkanker, en het maakt samenleven met een maatje veel makkelijker.
FIV en kattenleukemie zijn virussen die de afweer van een kat aantasten. Ze gaan van kat op kat door vechten en likken, en tegen leukemie bestaat een enting.